Informatie voor u, de opdrachtgever of manager

De aanpak voor het hoogste trainingsrendement

Training werkt. Mits je het goed organiseert. De sleutel? Aandacht vóór, tijdens en ná de training. Als manager bepaal je voor een groot deel het resultaat. Niet door aanwezig te zijn, maar door gericht te sturen op toepassing in de praktijk.

1. De uitnodiging: zet meteen de toon

  • Het gaat goed. En het kan én moet beter.
  • Gaat het niet goed? Wees daar helder over.
  • Betrek deelnemers bij de keuze van training en trainer.
    → Hun klik is belangrijker dan die van jou.
  • Positioneer het als investering:
    “Wij investeren in waardevolle medewerkers.”

2. Voor de training: scherpte en commitment

Bespreek met iedere deelnemer:

  • Waarom neem je deel?
  • Wat ga je leren?
  • Op welke KPI’s gaan we meten?
  • Waar wil jij concreet beter in worden?

Leg dit vast:

  • concreet
  • meetbaar (SMART)
  • met cc naar HR

Geen vage voornemens. Gewoon afspraken.


3. Tijdens de training: vermijd de standaard onzin

“En, hoe was het?” → waardeloos.
“Wat heb je geleerd?” → levert niets op.

Stel betere vragen. Of beter: stel eisen aan toepassing.

Ben je aanwezig bij de training? Doen:

  • Benoem waarom je er bent
  • Maak expliciet: alles blijft binnenskamers → veiligheid
  • Vul inhoudelijk aan waar nodig
  • Lever praktijkcases aan
  • Speel actief mee in rollenspellen (klantrol)

4. Na iedere sessie: dwing reflectie af

Plan direct een kort gesprek en vraag:

  • Hoe staat je verkeerslicht?
  • Wat kende je al?
  • Wat is nieuw?
  • Wat ga je concreet toepassen?
  • Hoe ga je dat doen?
  • Wat verwacht je dat het oplevert?
  • Wat gaan klanten merken?
  • Wat wil je de volgende keer leren?

Regel: wie geen antwoord heeft, heeft niets geleerd.


5. Na afronding: van leren naar leveren

Direct na de laatste sessie:

  • Wat zijn je 3 belangrijkste actiepunten?
  • Wat ga je daarmee bereiken?

Toetsing

  • Examen parate kennis
  • Binnen 2 weken resultaat
  • Onvoldoende? → persoonlijk contact + herkansing

6. Borging in de praktijk (hier gaat het verschil gemaakt worden)

Na 1 maand

  • Deelnemer presenteert eigen verkeerslicht en voortgang

Na 2 maanden

  • Deelnemer deelt in teamoverleg:
    → wat levert de training concreet op?

Na 3 maanden

  • Beoordeling op afgesproken doelen (SMART)
  • Toepassing in praktijk aantoonbaar?

→ Ja: certificaat/diploma via HR
→ Nee: bijsturen

Praktijkbeoordeling (sterkste methode)

  • Collega’s beoordelen elkaar (min. 3 maanden)
  • Individueel cijfer → naar manager
  • Daarna gezamenlijk bespreken + onderbouwen

Tip:

  • Werk met een simpele spreadsheet
  • Houd het objectief en transparant

7. Certificering = beloning voor gedrag, niet aanwezigheid

  • Uitreiking na ±4 maanden
  • In overleg, met team
  • Fotomoment (intern delen = extra motivatie)

8. Begeleiding op de werkvloer: het echte werk

Zonder opvolging geen resultaat. Zo simpel is het.

Structuur:

  • Wekelijks (startfase), daarna maandelijks
  • Vast moment
  • In elk overleg komt het terug

Bespreek steeds:

  • Verkeerslicht
  • Wat heb je toegepast?
  • Wat werkte wel/niet?
  • Resultaat?
  • Wat ga je verbeteren?

Wordt alles goed toegepast?
→ Frequentie omlaag.


Tot slot

Geen losse training.
Maar een gestructureerde aanpak die gedrag verandert en resultaat oplevert.